Overslaan en naar de inhoud gaan

Sleedoornpage Thecla betulae

Foto: Dick Belgers

Indeling

Theclinae [subfamilie]
Thecla [genus] (1/1)
betulae [soort]

Voorkomen

StatusOorspronkelijk. Minimaal 10 jaar achtereen voortplanting. (1a)
Habitatland
ReferentieVeldgids dagvlinders [2e druk]
ExpertSwaay, C. van (De Vlinderstichting)

Trend

Trend gehele periode: Sterke afname
Trend laatste 10 jaar: Sterke afname

Bron: Vlinderstichting, CBS (via Netwerk Ecologische Monitoring)

 

Mobiliteit, verspreiding en trend

De sleedoornpage staat bekend als een weinig mobiele vlinder die zelden verder vliegt dan enkele honderden meters langs een bosrand of struweel. Wel kunnen vrouwtjes wat grotere afstanden afleggen op zoek naar geschikte plaatsen om eitjes af te zetten. Doordat deze vlinder relatief lang leeft, kunnen zo toch nog flinke afstanden worden afgelegd. De kolonisatie van het Rijk bij Nijmegen in de jaren negentig duidt op een grotere mobiliteit. (Stevens 1986, Thomas & Lewington 1991, Maes & Van Dyck 1999, Bink & Moenen 2004).

De sleedoornpage komt voor van Ierland tot Oost-Azië en van Scandinavië tot Noord-Spanje, Midden-Italië en de Balkan. In Nederland kwam hij aan het begin van de 20e eeuw verspreid voor in Limburg, Noord-Brabant, Zuid-Beveland, Gelderland, Drenthe, Overijssel en de Utrechtse heuvelrug. Het verspreidingsgebied is tussen 1910 en 1920 aanzienlijk afgenomen; in de periode tussen 1920 en 1950 bleef het min of meer stabiel maar tussen 1960 en 1980 slonk het opnieuw. In die periode is de soort uit Drenthe, Overijssel, Brabant en de kustprovincies nagenoeg verdwenen. In 1980 resteerden er nog enkele vliegplaatsen langs de Veluwerand, de Utrechtse heuvelrug en nabij Ommen (ov). Alleen in Zuid-Limburg waren toen nog diverse, dicht bij elkaar gelegen populaties te vinden. Vanaf 1985 werd de soort echter weer vaker waargenomen, vooral in het stedelijk gebied. De soort breidde zich met name uit in parken en tuinen, zoals in Zwolle, Steenwijk (ov) en aan de zuid- en oostrand van de Veluwe. Overigens wordt deze vermeende toename mede veroorzaakt door een sterk verbeterde zoekmethode; het is nu bekend dat de sleedoornpage het beste kan worden geïnventariseerd door in de winter naar de eitjes te zoeken. Ook komt de soort sinds 1993 voor in het Rijk van Nijmegen, in 2003 is een grote populatie nabij Wijk bij Duurstede gevonden en in 2004 is een individu in Soest gezien. In de Flevopolder is het, ondanks gerichte zoekacties, bij één waarneming in 2001 gebleven. In de overige gebieden gaat de soort achteruit. Zo wordt hij in Zuid-Limburg steeds zeldzamer en is in de omgeving van Ommen niet meer gezien. Er kunnen dan ook twee trends in het huidige voorkomen worden onderscheiden. Rondom de Veluwe, de Utrechtse heuvelrug en enkele plaatsen ten noorden hiervan breidt de soort zich uit in het stedelijk gebied, maar daarbuiten blijft hij achteruitgaan. Doordat veel populaties tegenwoordig in steden leven, is de sleedoornpage de enige dagvlinder waarvan de belangrijkste populaties nu buiten natuurgebieden en juist in de bebouwde omgeving voorkomen. De sleedoornpage is op dit moment een zeldzame standvlinder. (Bink 1992, Van der Velden 1996, Veling 1999, Janssen 2001, De Vries 2003).

Toekomst

Indien de sleedoornhagen in het Mergelland niet vaker worden gesnoeid, zal de sleedoornpage daar achteruit blijven gaan. Langs de Veluwerand zal hij zich voorlopig handhaven. Als men in steden en dorpen rekening houdt met deze soort bij de inrichting en beheer van parken, kan hij zich verder uitbreiden. Door aangepast bosrandbeheer en op meer plaatsen een struweel- en mantelzone tot ontwikkeling te brengen, kan de soort zich ook in het landelijk gebied weer uitbreiden. Anders zal de stand (daar) naar verwachting verder achteruitgaan.

Bron

Auteur(s)

Wynhoff, I., Swaay, C. van, Groenendijk, D., Bosveld, M., Bos, F.

Publicatie