Overslaan en naar de inhoud gaan

Gentiaanblauwtje Phengaris alcon

Foto: Hans van der Meulen

Indeling

Polyommatinae [subfamilie]
Phengaris [genus] (4/4)
alcon [soort]

Leefgebied

Het gentiaanblauwtje leeft in natte heide, vochtige heischrale graslanden en blauwgraslanden. In het gebied zijn open plekken aanwezig waar klokjesgentiaan groeit; gentianen die in een ruigere vegetatie groeien worden minder vaak gebruikt. Daarnaast is de soort afhankelijk van de aanwezigheid van waardmieren. De bossteekmier bouwt haar nesten in hooggelegen en relatief droge, dichte en koele vegetaties. De moerassteekmier kiest juist lager gelegen, vochtige, open en warme plaatsen uit. Omdat het gentiaanblauwtje zowel afhankelijk is van de klokjesgentiaan als van de waardmier, moet het leefgebied op kleine schaal een afwisselende structuur hebben, met zowel open plekken voor de gentianen als oudere vegetaties met mierennesten. Een populatie moet de beschikking hebben over ten minste 500 bloeiende gentianen die in een hoge dichtheid (ca. 10-15 planten per 100 m2) groeien. Het leefgebied moet minimaal 0,5 ha groot zijn, bij voorkeur meer dan 5 ha. Bovendien heeft het leefgebied een hoge grondwaterstand nodig, maar het mag na de winter nooit langdurig onder water staan. Daarom kan de biotoop niet te klein zijn en is deze vaak onderdeel van een groter natuurgebied met een stabielere grondwaterstand. Meer over het leefgebied is te lezen in het kader. (Wallis de Vries et al. 2001a).

Bron

Auteur(s)

Wynhoff, I., Swaay, C. van, Groenendijk, D., Bosveld, M., Bos, F.

Publicatie