Overslaan en naar de inhoud gaan

Veenbesblauwtje Agriades optilete

Foto: Ab H. Baas

Indeling

Polyommatinae [subfamilie]
Agriades [genus] (1/1)
optilete [soort]

Leefgebied

Het veenbesblauwtje leeft in Nederland op de zandgronden vooral bij kleine veentjes die door bos omgeven zijn. Deze veentjes zijn te vinden op moerassige plaatsen met hoog- of trilveen en op verveende plasjes in bossen. De veentjes bestaan uit een combinatie van lagere, nattere delen waarin veenbes groeit en wat hogere droge ruggen met dophei. Vroeger vloog de soort ook op natte heiden zonder hoogveen waar wel de kleine veenbes in voldoende mate voorkwam en tussen veenmos groeide. De optimale grootte van het leefgebied ligt tussen de 0,8 en 2 hectare. Dit soort gebiedjes zijn echter te klein om een zelfstandige populatie te herbergen. Deze soort heeft daarom, net als de veenbesparelmoervlinder, een netwerk nodig van verschillende geschikte terreintjes waartussen uitwisseling kan plaatsvinden. Mogelijk zorgt de bosrijke omgeving voor een gunstig microklimaat. Bovendien overnachten de vlinders vaak in de bomen van het bos rond de veentjes. (Wallis de Vries 1999b, Van Swaay & Wallis de Vries 2001).

Tussen 1941 en 1963 vloog bij Norg (dr) een populatie in een vrij droog open bos. De waardplant was daar rode bosbes. Dit biotoop komt meer overeen met dat in Scandinaviƫ en de Alpen. Deze vindplaats lag op drie kilometer afstand van het Langaar- en Doktersveen. Deze venen zijn in die periode veel bezocht omdat daar een populatie van de veenbes-parelmoervlinder zat; het veenbesblauwtje is daar slechts eenmaal gezien.

Bron

Auteur(s)

Swaay, C. van, Wynhoff, I., Groenendijk, D., Bos, F., Bosveld, M.

Publicatie