Overslaan en naar de inhoud gaan

Kalkgraslanddikkopje Spialia sertorius

Indeling

Pyrginae [subfamilie]
Spialia [genus] (1/1)
sertorius [soort]

Voorkomen

StatusOorspronkelijk. Minimaal 10 jaar achtereen voortplanting. (1a)
Habitatland
ReferentieAtlas van de Nederlandse dagvlinders
ExpertSwaay, C. van (De Vlinderstichting)

 

Mobiliteit, verspreiding en trend

In de literatuur wordt het kalkgraslanddikkopje honkvast genoemd (Geraedts 1986, Bink 1992).

Het kalkgraslanddikkopje komt voor in een groot deel van Zuid- en Midden-Europa. In Nederland was de verspreiding vrijwel beperkt tot Zuid-Limburg. Alleen omstreeks 1900 is hij gevonden nabij Doetinchem ('tusschen exemplaren van malvae') en Naarden. In Zuid-Limburg vloog hij aan het begin van de 20e eeuw op verscheidene kalkgraslanden, waaronder de Kunderberg (waarnemingen tot 1967), de Welterberg (tot 1976), de Schiepsberg (tot 1971), de Bemelerberg (tot 1961) en de Vrakelberg (tot 1966). Ook leefde de soort in een aantal groeven zoals 't Rooth en de enci. In 1976 vloog de laatste populatie bij Ubachsberg. In 1981 is nog een zwerver gezien in het Gerendal. In 1990 is de soort door een particulier uitgezet bij Eys. Hier zijn in 1991 nog enkele exemplaren gezien, maar hij is daarna verdwenen. De dichtstbijzijnde populatie bevindt zich op dit moment op het Belgische deel van de Sint-Pietersberg. (Ter Haar 1928, Van Swaay 1994a).

Toekomst

Het kalkgraslanddikkopje zou zich weer in Nederland kunnen vestigen indien er in Zuid-Limburg een groot gebied wordt ontwikkeld met onder andere schraal kruidenrijk kalkgrasland.

Bron

Auteur(s)

Wynhoff, I., Swaay, C. van, Groenendijk, D., Bosveld, M., Bos, F.

Publicatie