Overslaan en naar de inhoud gaan

Klein geaderd witje Pieris napi

Foto: Ab H. Baas

Indeling

Pierinae [subfamilie]
Pieris [genus] (4/3)
napi [soort]

Voorkomen

StatusOorspronkelijk. Minimaal 10 jaar achtereen voortplanting. (1a)
Habitatland
ReferentieVeldgids dagvlinders [2e druk]
ExpertSwaay, C. van (De Vlinderstichting)

Trend

Trend gehele periode: Matige afname
Trend laatste 10 jaar: Stabiel

Bron: Vlinderstichting, CBS (via Netwerk Ecologische Monitoring)

 

Mobiliteit, verspreiding en trend

Het klein geaderd witje is een zeer mobiele vlinder die tot de 'binnen hun areaal migrerende vlinders' wordt gerekend. Maar van de drie koolwitjes is het klein geaderd witje stellig de soort die het minst trekt. Hij kan zelfs stabiele populaties hebben waar geen zwervende individuen 'binnenvliegen'. Toch wordt de soort geregeld trekkend waargenomen in groepen van andere witjes of, zeldzamer, in groepen die uitsluitend uit soortgenoten bestaan. In 1964 spoelden enkele honderden kleine geaderde witjes aan op het strand van Terschelling. (Lempke 1972).

Het klein geaderd witje komt voor van Ierland tot Japan en Noord-Amerika en van Scandinavië tot Noord-Afrika. In Nederland is het een zeer algemene standvlinder die verspreid over het hele land kan worden gezien. Het verspreidingsgebied lijkt sterk te zijn toegenomen. Dit wordt waarschijnlijk veroorzaakt doordat algemene vlinders tegenwoordig ook veel worden geregistreerd, terwijl de waarnemingen uit het begin van de vorige eeuw gebaseerd zijn op literatuurvermeldingen en exemplaren in collecties. Algemene soorten werden toen naar verhouding minder vaak vermeld en verzameld. Dat het huidige voorkomen min of meer overeen komt met dat van omstreeks het begin van de vorige eeuw blijkt bijvoorbeeld uit de vermelding in Ter Haar (1928) dat de soort 'in geheel Nederland, maar niet zo algemeen als het klein en groot koolwitje' voorkomt. Vermoedelijk is de werkelijke stand de afgelopen eeuw min of meer gelijk gebleven.

Uit het Landelijk Meetnet Vlinders blijkt dat hij min of meer stabiel is gebleven, terwijl andere koolwitjes in deze periode achteruit zijn gegaan.

Bron

Auteur(s)

Wynhoff, I., Swaay, C. van, Groenendijk, D., Bosveld, M., Bos, F.

Publicatie