Overslaan en naar de inhoud gaan

Zuidelijke glazenmaker Aeshna affinis

Foto: Ron Schippers

Indeling

Aeshnidae [familie]
Aeshna [genus] (8/7)
affinis [soort]

Voorkomen

StatusIncidenteel/Periodiek. Minder dan 10 jaar achtereen voortplanting en toevallige gasten. (1b)
Habitatland zoet
ReferentieBasisrapport Rode Lijst Libellen 2011 volgens Nederlandse en IUCN-criteria
ExpertKalkman, V.J. (EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden)

 

Areaal

Het areaal strekt zich uit van West-Europa en Noord-Afrika tot in China en Mongolië. A.affinis is een zuidelijke soort met de noordgrens van verspreiding rond de 50e breedtegraad. In Oost-Europa lijkt de soort noordelijker voor te komen dan in West-Europa. In de landen rond de Middellandse Zee komt de zuidelijke glazenmaker vrij algemeen voor. Ten noorden van Midden-Frankrijk en de Alpen is het aantal meldingen klein en de meeste ervan hebben betrekking op trekkende dieren. Uit Groot-Brittannië zijn enkele waarnemingen bekend, op één na allemaal uit de jaren ‘90. In Duitsland komt de soort alleen in het uiterste zuiden min of meer regelmatig voor. Noordelijker in Duitsland en in België en Luxemburg wordt de soort zeer zelden aangetroffen, hoewel ook hier in 1995 vele meldingen waren en in 1996 voortplanting werd aangetoond.

Verspreiding in Nederland

De eerste twee gedocumenteerde waarnemingen stammen uit 1951, van een ven bij Bleijenbeek. In 1964 werd op dezelfde plek nog een mannetje verzameld. Van deze vindplaats is ook een androchroom vrouwtje bekend, een vrouwtje met de kleuren van een mannetje. Tot 1994 werd A.affinis niet meer met zekerheid gezien in Nederland. In dat jaar dook de soort op in een uiterwaard langs de Waal nabij Beneden-Leeuwen. Eén van de voorvleugels van dit mannetje was slecht ontwikkeld, waardoor het dier nauwelijks kon vliegen. Dit wijst op voortplanting ter plekke. In 1995 kon met name in de zuidelijke helft van het land van een echte invasie worden gesproken – er zijn meldingen uit de provincies Limburg, Noord-Brabant, Zeeland, Gelderland, Utrecht, Noord- en Zuid-Holland. In meer dan 80% van de gevallen ging het om mannetjes, die opvallender gekleurd en makkelijker te herkennen zijn dan vrouwtjes. De grootste aantallen zijn langs de kust gezien, vooral in de duingebieden bij Hoek van Holland, Wassenaar en Oostvoorne. In 1996 en 1997 werd de zuidelijke glazenmaker slechts een paar keer waargenomen. Alleen bij voormalig fort De Haak op Walcheren werden in 1995, 1996 én 1997 individuen gezien. Hoewel hier eiafzet werd waargenomen, zijn geen larvenhuidjes of verse individuen gevonden en ondanks gericht zoeken werd de soort in 1998 en 1999 niet meer aangetroffen (Dijkstra et al. 1999). In 1999 en 2000 werd vooral in de duinen weer een aantal mannetjes gezien (Ketelaar 2000, 2001).

Het is mogelijk dat de soort door onbekendheid en de gelijkenis met A.mixta op sommige plaatsen niet is opgemerkt, maar het is onwaarschijnlijk dat een dergelijk waarnemerseffect het ontbreken van waarnemingen uit de noordelijke provincies verklaart.

Bron

Auteur(s)

Krekels, R.

Publicatie