Overslaan en naar de inhoud gaan

Venglazenmaker Aeshna juncea

Foto: Fred Hoorn

Indeling

Aeshnidae [familie]
Aeshna [genus] (8/7)
juncea [soort]

Voorkomen

StatusOorspronkelijk. Minimaal 10 jaar achtereen voortplanting. (1a)
Habitatland zoet
ReferentieBasisrapport Rode Lijst Libellen 2011 volgens Nederlandse en IUCN-criteria
ExpertKalkman, V.J. (EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden)

Trend

Trend gehele periode: Onzeker
Trend laatste 10 jaar: Onzeker

Bron: Vlinderstichting, CBS (via Netwerk Ecologische Monitoring)

 

Areaal

De venglazenmaker komt voor in de gehele naald- en loofboszone van Amerika, Azië en Europa. Ten zuiden hiervan leeft hij vooral in berggebieden, zoals in het Atlasgebergte in Noord-Afrika. In Europa heeft de soort een gesloten areaal van Noord-Scandinavië tot aan de Franse Alpen. In Scandinavië en de Alpen is hij zeer algemeen (Maibach & Maier 1987). In zuidelijke delen van Europa is de verspreiding beperkt tot berggebieden, zoals de Pyreneeën, Noord-Portugal en Centraal-Spanje (Peters 1987). In de Appenijnen ontbreekt de soort. De verspreiding op de Balkan is onvoldoende bekend. In laaggelegen gebieden van Noordwest- en Midden-Europa is de venglazenmaker minder algemeen. In Groot-Brittannië, waar de soort ‘common hawker’ genoemd wordt, is het de algemeenste glazenmaker (Merritt et al. 1996). De Duitse verspreiding heeft zwaartepunten in hooggelegen gebieden, maar in het noorden bevinden zich ook populaties in laaggelegen veengebieden. In sommige deelstaten geldt de soort als bedreigd. In Vlaanderen komt de soort in het noorden van de provincies Antwerpen en Limburg voor. Hij staat op de Vlaamse Rode Lijst in de categorie ‘zeldzaam’. De Waalse locaties liggen dungezaaid over de hoge delen in het uiterste oosten. Uit Luxemburg is ze verdwenen.

Verspreiding in Nederland

Hoewel het aantal waarnemingen door de jaren heen gestaag is gegroeid, is het verspreidingsbeeld weinig veranderd. De venglazenmaker komt algemeen voor op de zandgronden van Oost- en Zuid-Nederland, daarbuiten slechts sporadisch en alleen als zwerver. Aan de verspreiding is goed de binding aan vennen en hoogveen af te lezen. Waar dit biotooptype ontbreekt, zoals in laag-Nederland, de duinen en Zuid-Limburg, ontbreekt ook de venglazenmaker. In de jaren ‘80 zijn enkele individuen gemeld uit laagveengebieden – vooralsnog gaan we ervan uit dat het om foutieve determinaties gaat, alhoewel de soort in Duitsland bekend is van laagveenachtige biotopen. Het aantallenkaartje toont dat ten noorden van de Grote Rivieren de aantallen beduidend hoger zijn dan die ten zuiden ervan.

De verspreidingskaarten suggereren dat het aantal vindplaatsen en het aantal waarnemingen zijn toegenomen, maar dit is onwaarschijnlijk. De soort werd vroeger bijvoorbeeld in Drenthe op elk onderzocht vennetje of heideplasje gevonden. Omdat er in het begin van de 20e eeuw ongeveer 3000 van deze wateren bestonden, tegenover nog slechts 870 in 1980 (Anonymus 1992), is het aannemelijk dat de venglazenmaker minder algemeen is dan vroeger.

Bron

Auteur(s)

Abbingh, G.

Publicatie