Overslaan en naar de inhoud gaan

Paardenbijter Aeshna mixta

Foto: Martien van den Heuvel

Indeling

Aeshnidae [familie]
Aeshna [genus] (8/7)
mixta [soort]

Eieren en larven

Eiafzet gebeurt op of onder het wateroppervlak, op allerlei plantaardige substraten: halfverrotte wortels en bladeren, maar ook drijvende en staande, levende plantendelen. De larven leven in de oevervegetatie, tussen stengels en dood hout. Onder de larven komt regelmatig kannibalisme voor. Het uitsluipen gebeurt op 20-40 cm hoogte, op staande water- en oeverplanten zoals riet, biezen, russen (Juncus sp.), lisdodde en gele lis (Cordero 1995, Gardner 1950c, Münchberg 1931, Robert 1959, Schorr 1990).

Imago’s

Vooral ’s avonds zijn groepjes jagende imago’s te zien, op enige meters hoogte heen en weer vliegend langs bomen, vaak ver weg van het water. Doordat ze trillend met achterlijf en vleugels hun lichaam kunnen opwarmen, kunnen imago’s zowel voor zonsopgang als na zonsondergang jagen, territoria bezetten en paren (Brownett 1992, Heinrich & Casey 1978, Jödicke 1993a, May 1978, Müller 1993a, Pond 1973, Stoks et al. 1996).

Mannetjes zijn alleen territoriaal bij het water, waar zij actief zoeken naar ongepaarde vrouwtjes (Corbet 1962). Vergeleken met andere glazenmakers is A.mixta slechts zwak territoriaal en mannetjes komen in hogere dichtheden voor (Merritt et al. 1996). De vrouwjes zetten eieren af zonder begeleiding van het mannetje, bij voorkeur in dichte vegetatie (Schorr 1990).

Fenologie

De eieren komen pas na de winter uit. In Noord-Duitsland (Münchberg 1931) en Groot-Brittannië (Merrit et al. 1996) beslaat de levenscyclus één jaar, maar volgens Robert (1959) kan de volledige ontwikkeling ook twee jaar duren. De uitsluipperiode neemt een groot deel van de vliegtijd in beslag en heeft geen duidelijke piek. A.mixta verschijnt laat in het jaar, doorgaans half juli, en het is dan ook een nazomersoort met een hoofdvliegtijd van midden augustus tot midden september. De laatste verse individuen zijn begin oktober gevonden, tandems en eiafzet van begin augustus tot midden oktober.

Verbreidingsvermogen

De paardenbijter is in staat grote afstanden af te leggen en staat bekend als een sterk migrerende soort. Daarom zal een deel van de waarnemingen immigranten betreffen. In Groot-Brittannië plantte A.mixta zich tot in de jaren dertig van de vorige eeuw niet voort. Alle waargenomen individuen waren derhalve immigranten (Merrit et al. 1996). Regelmatig staken grote groepen het kanaal over en verspreidden zich over zuidelijk Groot-Brittannië, vooral in de maand augustus (Parr 1996a,b). Er zijn verscheidene aanwijzingen dat immigratie in Nederland hoofdzakelijk plaatsvindt in de tweede helft van de vliegtijd. Hierop wordt in een apart kader nader ingegaan.

Bron

Auteur(s)

Dingemanse, N.

Publicatie