Nederlands Soortenregister

Overzicht van de Nederlandse biodiversiteit

Groene glazenmaker Aeshna viridis

Foto: Rudmer Zwerver

Indeling

Aeshnidae [familie]
Aeshna [genus] (8/7)
viridis [soort]

Biotoop

In Nederland is het voorkomen van de groene glazenmaker strikt gebonden aan groeiplaatsen van krabbescheer (Stratiotesaloides) – alleen op plaatsen waar krabbescheer jaarlijks velden vormt komen populaties voor. Vergaande verlanding van deze velden maakt de biotoop ongeschikt. Krabbescheervelden komen vooral voor in meren en plassen van laagveenmoerassen, in sloten in het veenweidegebied en in dode rivierarmen. Verlandingszones waar krabbescheer sterk domineert, zijn geschikt voor voortplanting van de libel. De krabbescheervegetatie is hier zeer dicht en bestaat geheel uit drijvende rozetten van 2,5 à 3,5 cm brede bladeren, die 15 tot 30 cm boven het wateroppervlak uitsteken (Geene 1989). Regelmatig worden deze verlandingsvegetaties geschoond – in veenweidegebieden door agrariërs in het kader van waterbeheer (schouwplicht), in laagveenmoerassen in het kader van natuurbeheer. De vegetatie krijgt hierdoor geen kans om verder te verlanden en het verlandingsproces blijft in stand, wat gunstig is voor de groene glazenmaker. In Nederland is de soort goeddeels afhankelijk van dit beheer, buiten Nederland minder. In Nederland komt A.viridis veel in poldersloten voor.

Ook in Duitsland (pers. med. H. Klugkist), Denemarken
(Pedersen & Holmen 1994), Oekraïne en Estland (pers. med. S. Gorb) is de soort gebonden aan krabbescheer. In Zweden plant A.viridis zich ook voort in een zuur ven met alleen veenmos (Sphagnum) (pers. med. G. Sahlén) en ook in Siberië zou de relatie met krabbescheer minder strikt zijn (pers. med. A. Haritonov).

Begeleidende soorten

Door de grote biotoopspecificiteit komt het verspreidingsbeeld van A.viridis nog het meest overeen met dat van Aeshnaisoceles, een soort die in Engeland sterk gebonden is aan krabbescheer. Andere kenmerkende begeleiders zijn laagveensoorten als Coenagrionpulchellum, Erythrommanajas en Aeshnagrandis. Larvenhuidjes van de drie genoemde glazenmakers en van A.juncea werden in Duitse krabbescheervelden tezamen gevonden. Ook in Wit-Rusland komen deze vier soorten samen voor in krabbescheervelden (pers. med. h. klugkist, K.-D. Dijkstra).

Bron

Auteur(s)

Geene, R.

Publicatie