Overslaan en naar de inhoud gaan

Grote keizerlibel Anax imperator

Foto: Hans van der Meulen

Indeling

Aeshnidae [familie]
Anax [genus] (3/1)
imperator [soort]

Voorkomen

StatusOorspronkelijk. Minimaal 10 jaar achtereen voortplanting. (1a)
Habitatland zoet
ReferentieBasisrapport Rode Lijst Libellen 2011 volgens Nederlandse en IUCN-criteria
ExpertKalkman, V.J. (EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden)

Trend

Trend gehele periode: Matige toename
Trend laatste 10 jaar: Matige toename

Bron: Vlinderstichting, CBS (via Netwerk Ecologische Monitoring)

 

Areaal

De grote keizerlibel komt voor van de Canarische Eilanden en Groot-Brittannië in het westen tot het gebied rond de Kaspische zee in het oosten. In Pakistan leeft een geïsoleerde populatie. De noordgrens ligt rond de 55˚ noorderbreedte. Naar het zuiden strekt het verspreidingsgebied zich uit tot Zuid-Afrika, Madagascar en Mauritius.

In Europa is de soort bekend van Denemarken en Letland tot de Middellandse Zee, en in veel delen is hij algemeen. Noordwaarts is de soort zeldzamer en lijkt voortplanting afhankelijk van de zomertemperatuur (Schorr 1990). A.imperator is vrij algemeen in het zuiden van Groot-Brittannië, maar ontbreekt in het noorden en in Ierland. In Duitsland is de soort ten zuiden van Mains, in Beieren en Baden-Württenberg, zeer algemeen, de hogere gebieden uitgezonderd. In Frankrijk is hij overal algemeen, evenals in België en Luxemburg. Recent is hij voor het eerst in Denemarken waargenomen.

Verspreiding in Nederland

De grote keizerlibel is in heel Nederland te vinden. De hoogste dichtheden komen voor op de binnenlandse zandgronden en in de duinen; elders worden vaak zwervers gezien. Nederland bevindt zich aan de noordgrens van het areaal. Vroeger was de soort zeldzaam en pas in de afgelopen decennia is hij algemeen geworden – wel is hij moeilijk te vangen waardoor hij vroeger ondergewaardeerd zal zijn.

De oudste waarnemingen zijn drie ongedateerde vangsten uit de 19e eeuw. In de eerste helft van de 20e eeuw was maar een handjevol populaties bekend. Zo schreef Lieftinck (1922) over een excursie naar Oisterwijk in augustus 1921: ‘Speciaal één groote, zeldzame soort schijnt zich hier reeds gedurende een aantal jaren voorgoed gevestigd te hebben; ‘t is de prachtige Anaximperator, de grootste van al onze Nederlandse waternimfen’. Tot de Tweede Wereldoorlog kwam de soort niet ten noorden van de lijn Rotterdam-Deventer voor. Later verscheen hij in Noord-Holland (Petten, 1947), de Waddeneilanden (Terschelling, 1953) en Drenthe (Dwingeloo, 1959). Aan het eind van de jaren ‘70 was ongeveer de huidige verspreiding bereikt, hoewel de dichtheden vooral in het westen en noorden aanzienlijk lager waren dan nu. Ten noorden van de Overijsselse Vecht is hij nog duidelijk minder algemeen dan in de rest van het land, maar de opmars lijkt door te zetten. Zo was de soort in de jaren ‘80 nog schaars in Drenthe, tegenwoordig is hij daar echter wijdverbreid. Grote delen van Friesland en Groningen zijn nog onbezet. Voortplanting is tot op Terschelling vastgesteld.

De grote keizerlibel is zo’n opvallende verschijning dat het verspreidingsbeeld volledig is.

Bron

Auteur(s)

Lam, E.

Publicatie