Overslaan en naar de inhoud gaan

Zuidelijke keizerlibel Anax parthenope

Foto: Lex van Leur

Indeling

Aeshnidae [familie]
Anax [genus] (3/1)
parthenope [soort]

Eieren en larven

De eieren worden afgezet in levend plantenmateriaal in de oeverzone, zelden in dood drijvend materiaal of in vochtige modder (Utzeri 1978). De larven leven tussen planten in de ondiepe oeverzone van plassen, waar de temperatuur in de zomer snel oploopt. Het zijn grote rovers die vrijwel alles eten wat ze tegenkomen. Uitsluipen gebeurt tot enkele decimeters hoog in de dichte oeverbegroeiing (Heidemann & Seidenbusch 1993, Münchberg 1932).

Imago’s

De schuwe imago’s zijn moeilijk te vangen. Ze vliegen vaak op afstand van de oever boven waterplanten of op grotere hoogte boven land. Soms vormen ze zwermen. In Frankrijk werd een zwerm van naar schatting honderdduizend dieren gezien die in de avondschemering op muggen jaagden (Heidemann & Seidenbusch 1993). In het Duitse Nordrhein-Westfalen werd een zuidelijke keizerlibel regelmatig verjaagd door grote keizerlibellen, al werd hier wel eiafzet door de eerste geconstateerd (Lempert 1984a). Er zijn hybriden bekend van A.parthenope en A.imperator – dit is opmerkelijk omdat kruisingen tussen libellensoorten zelden voorkomen (Bilek 1955). Beide soorten lijken in territorium- en paringsgedrag op elkaar. Anders dan de meeste aeshniden zet A.parthenope de eieren echter in tandem af (Schorr 1990).

Fenologie

De eieren ontwikkelen zich in enkele weken, afhankelijk van de temperatuur van het water (Münchberg 1932). De larven overwinteren één- of tweemaal. In Centraal-Europa duurt de vliegtijd van mei tot september. De Nederlandse waarnemingen komen uit juni en begin juli.

Verbreidingsvermogen

Zowel mannetjes als vrouwtjes worden ver buiten de bekende populaties gevonden. Daarmee lijkt deze soort over zeer grote afstanden nieuwe leefgebieden te kunnen koloniseren.

Bron

Auteur(s)

Ketelaar, R., Goudsmits, K.

Publicatie