Overslaan en naar de inhoud gaan

Zuidelijke keizerlibel Anax parthenope

Foto: Lex van Leur

Indeling

Aeshnidae [familie]
Anax [genus] (3/1)
parthenope [soort]

Voorkomen

StatusIncidenteel/Periodiek. Minder dan 10 jaar achtereen voortplanting en toevallige gasten. (1b)
Habitatland zoet
ReferentieBasisrapport Rode Lijst Libellen 2011 volgens Nederlandse en IUCN-criteria
ExpertKalkman, V.J. (EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden)

 

Areaal

Het areaal omvat de zuidelijke helft van Europa, Noord-Afrika tot aan Somalië en Azië tot aan Japan. In Europa komt de zuidelijke keizerlibel vooral voor in de landen rond de Middellandse Zee en is alleen daar algemener dan A.imperator. De noordgrens van de verspreiding loopt ongeveer van Midden-Frankrijk tot het zuiden van Polen. Noordelijk daarvan is de soort zeldzaam en hebben de meeste meldingen betrekking op zwervers. Recent is de soort voor het eerst in Groot-Brittannië gezien (Phillips 1997). Hier werden in 1999 zelfs enkele larvenhuidjes gevonden. In Polen en het oosten van Duitsland kwam A.parthenope vroeger vrij algemeen voor, maar tegenwoordig leven alleen in Oost-Duitsland nog populaties (pers. med. T. Brockhaus). Meldingen uit Zuid-Duitsland zijn schaars. In België wordt hij slechts incidenteel gezien, in 1996 in Luxemburg voor het eerst (Trockur 1997).

Verspreiding in Nederland

De zuidelijke keizerlibel is een zeldzame dwaalgast in
Nederland. De eerste vangst, in 1938 bij Eygelshoven, betrof een vrouwtje met beschadigde ogen en een ingedrukte achterhoofdsdriehoek. Dit suggereert dat ze al gepaard had. De tweede waarneming betreft een mannetje bij het Maarnse Gat, in 1997 (Goudsmits 1997). In 1998 en 1999 werd enkele malen een mannetje gezien in de Encigroeve bij Maastricht (niet op kaart); ook elders in het land werden toen (nog ongecontroleerde) waarnemingen gedaan. Deze waarnemingen sluiten aan op het relatief grote aantal waarnemingen in 1998 en 1999 in Groot-Brittannië en Noord-Frankrijk. De toename van het aantal waarnemingen in Noordwest-Europa is mogelijk een gevolg van de warme zomers in de jaren ‘90.

Bron

Auteur(s)

Ketelaar, R., Goudsmits, K.

Publicatie