Overslaan en naar de inhoud gaan

Zwervende heidelibel Sympetrum fonscolombii

Foto: Kees Venneker

Indeling

Libellulidae [familie]
Sympetrum [genus] (9/8)

Voorkomen

StatusOorspronkelijk. Minimaal 10 jaar achtereen voortplanting. (1a)
Habitatland zoet
ReferentieBasisrapport Rode Lijst Libellen 2011 volgens Nederlandse en IUCN-criteria
ExpertKalkman, V.J. (EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden)

 

Areaal

De soort komt voor in grote delen van Afrika en Zuid-Azië, met uitzondering van de meer beboste delen. In Europa is het voorkomen geconcentreerd rond de Middellandse Zee. Van hieruit vinden nu en dan invasies plaats in noordelijke richting, tot in Schotland. In Noordwest-Europa is de soort een invasiegast die zich soms enige jaren vestigt. In België en Luxemburg is de soort, net als in Nederland, op veel locaties waargenomen, met name in 1996.

Verspreiding in Nederland

De zwervende heidelibel is in Nederland een zwerver uit het zuiden. Voor 1996 zijn slechts tien waarnemingen bekend. Waarnemingen in opeenvolgende jaren in de jaren ‘20 bij Nuland en Udenhout duiden op voortplanting. De overige vondsten betroffen steeds enkele individuen. In Bleijenbeek en Velp was misschien ook sprake van voortplanting. Topjaren voor de soort in Midden-Europa waren 1928, 1947 en 1964 (Lempert 1987). In deze jaren werd de soort ook in Nederland vastgesteld. Uit de Britse topjaren 1911, 1941 en 1946 (Parr 1996a, b) zijn daarentegen geen Nederlandse waarnemingen bekend. De Britse individuen hebben wellicht een meer westelijke oorsprong dan de Nederlandse.

In 1996 vond de waarschijnlijk grootste invasie in Europa plaats (Dijkstra & Van der Weide 1997, Lempert 1997, Parr 1997a). Alleen al in het duingebied van Meijendel zaten midden juni naar schatting 400 individuen (Dijkstra et al. 1999). In 110 atlasblokken werd de soort geconstateerd, voortplanting in 27 hiervan. In 1997 werd de soort in 21 blokken gevonden, voortplanting in zeven. De invasie bereikte alle uithoeken van het land en ook voortplanting vond verspreid door het land plaats, zelfs op de eilanden Terschelling, Ameland en Tholen. Ook in 1998, 1999 en 2000 werden regelmatig waarnemingen gedaan, van lokale nakomelingen maar vermoedelijk ook van zwervers. Spectaculair was het uitsluipen van vele honderden individuen bij een plas op Goeree in 1999 (pers. med. K. Mostert).

S.fonscolombii wordt vaak verward met andere Sympetrum-soorten (Schmidt 1985a). Ook de vuurlibel Crocothemisery-thraea komt qua kleur en gedrag overeen. Omdat het zo’n vroege soort is, worden felrode libellen in mei en juni er vaak toe gerekend; het is echter riskant om determinatie
alleen op fenologie te baseren. Mogelijk heeft daarom een klein deel van de waarnemingen betrekking op foutieve determinatie.

Bron

Auteur(s)

Dijkstra, K.B.

Publicatie