Overslaan en naar de inhoud gaan

Venwitsnuitlibel Leucorrhinia dubia

Foto: Kees Venneker

Indeling

Libellulidae [familie]
Leucorrhinia [genus] (5/5)
dubia [soort]

Voorkomen

StatusOorspronkelijk. Minimaal 10 jaar achtereen voortplanting. (1a)
Habitatland zoet
ReferentieBasisrapport Rode Lijst Libellen 2011 volgens Nederlandse en IUCN-criteria
ExpertKalkman, V.J. (EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden)

Trend

Trend gehele periode: Sterke toename
Trend laatste 10 jaar: Sterke toename

Bron: Vlinderstichting, CBS (via Netwerk Ecologische Monitoring)

 

Areaal

De venwitsnuitlibel komt voor van West-Europa tot de 90e lengtegraad in Siberië. Noordelijk komt de soort voor tot voorbij de poolcirkel, zuidelijk tot ongeveer 45˚ noorderbreedte. In Europa is L.dubia de meest algemene witsnuitlibel. De verspreiding is overwegend noordelijk, in Scandinavië is het een algemene soort. Ten zuiden van de Alpen wordt de soort nauwelijks gevonden en in de Pyreneeën zijn slechts enkele populaties bekend. L.dubia is de enige witsnuitlibel die voorkomt in Groot-Brittannië. Hier heeft hij enkele verspreide populaties, vooral in het noorden. De soort is er achteruitgegaan. In Frankrijk is ze tamelijk algemeen in gebieden tussen de 300 en 2000 m hoogte, elders zeldzaam. In Duitsland komt de soort vooral in het noorden in hoge dichtheden voor. De meeste Belgische locaties liggen ten noorden van de lijn Antwerpen-Maastricht. Daarnaast leven populaties in de hooggelegen venen in het oosten. In Vlaanderen staat L.dubia als ‘kwetsbaar’ op de Rode Lijst. In Luxemburg is de soort sinds 1986 niet meer waargenomen.

Verspreiding in Nederland

De verspreiding in Nederland komt sterk overeen met de verspreiding van heide en hoogveen en is dus beperkt tot de pleistocene zandgronden. Zo nu en dan is de soort in het duin- en waddengebied aangetroffen, waar ook voortplanting aangetoond is. Maar omdat hij slecht aangepast is aan het droogvallen van de biotoop sterven populaties hier snel uit (zie ook Sternberg 1989). In de 20e eeuw is de soort achteruitgegaan en thans wordt ze als kwetsbaar beschouwd. In Noord-Limburg en de Achterhoek zijn veel voortplantingsbiotopen verdwenen. Ook in Drenthe gaat de soort achteruit (De Groot 1997b, Wasscher 1992b). In andere gebieden is de achteruitgang minder goed gedocumenteerd. De Nederlandse situatie is vergelijkbaar met de Vlaamse, waar eutrofiëring en het uitzetten van vis als mogelijke oorzaak gelden voor het zowel in verspreiding als in aantal sterk achteruitgaan (De Knijf & Anselin 1996).

De venwitsnuitlibel komt vaak samen voor met de noordse witsnuitlibel. Ten noorden van de Grote Rivieren is L.rubicunda doorgaans de talrijkste van de twee, behalve op de Utrechtse Heuvelrug. Beide soorten zijn gemakkelijk te verwarren. De meeste waarnemers weten dat en vangen verscheidene individuen om te bepalen of zowel de noordse als de venwitsnuitlibel in één gebied voorkomen. Het hier gepresenteerde verspreidingsbeeld zal daarom redelijk betrouwbaar zijn.

Bron

Auteur(s)

Dingemanse, N.

Publicatie