Overslaan en naar de inhoud gaan

Tangpantserjuffer Lestes dryas

Foto: Kees Venneker

Indeling

Lestidae [familie]
Lestes [genus] (4/4)
dryas [soort]

Eieren en larven

De eieren worden, meestal dichtbij de oever, vlak boven het wateroppervlak afgezet in stengels van moerasplanten als waterweegbree (Alisma sp.), biezen en zeggen. Aan het einde van de zomer worden ook eitjes afgezet in stengels op drooggevallen plaatsen. De larven leven tussen de vegetatie in hooguit 30 cm diep water. Deze biotoop is betrekkelijk warm, waardoor de larven snel groeien. Soms wordt hierdoor zelfs het aantal larvale stadia bekort. Dit is gunstig in wateren met een wisselende waterstand die regelmatig uitdrogen. De larven zijn niet bestand tegen uitdroging; zelfs in natte modder gaan ze snel dood. Ze komen vaak in hoge dichtheden voor en zijn dan kannibalistisch. Larvenhuidjes worden op 10 tot 20 cm hoogte op de stengels en bladeren van oeverplanten gevonden. (Fischer 1964, Heidemann & Seidenbusch 1993, Loibl 1958, Needham 1903, Schorr 1990)

Imago’s

De imago’s eten kleine insecten, maar ook soortgenoten en andere juffers (Dreyer 1986). Populaties zijn doorgaans niet groot (Kikilius & Weitzel 1981). De mannetjes zijn niet territoriaal en de paring vindt vaak ver van het water plaats. Deze duurt meestal rond de één tot tweeënhalf uur (51-145 minuten). Dit is voor pantserjuffers ongewoon lang. Na de paring zet het vrouwtje haar eieren meestal af in tandem met het mannetje, zoals alle pansterjuffers (Loibl 1958, Jödicke 1997). Anders dan bij Lestessponsa is het onderwater afzetten van eieren bij L.dryas nooit waargenomen (Bellmann 1987).

Fenologie

De eieren overwinteren en komen in het voorjaar uit. Het grootste deel van de ontwikkeling van de eieren voltrekt zich vóór de winter. Het larvale stadium duurt slechts anderhalf tot twee maanden (Robert 1959, Schiemenz 1953). Volgens Gardner (1952) komen de eieren in Engeland al in november uit en duurt de larvale ontwikkeling, gemeten in het laboratorium, ruim een half jaar. Een dergelijke levenscyclus wijkt echter zo sterk af van wat bij pantserjuffers gebruikelijk is, dat een foutje niet uitgesloten kan worden. L.dryas is de vroegst vliegende pantserjuffer. Het uitsluipen gaat door tot en met midden augustus maar het grootste deel sluipt uit voor eind juli. De rijpingsfase duurt circa vier weken (Lösing 1988). De vliegtijd duurt van eind mei tot eind september. De tangpantserjuffer is een hoogzomersoort en heeft een hoofdvliegtijd van begin juli tot midden augustus. Voortplantingsactiviteit is waargenomen van midden juni tot begin september.

Verbreidingsvermogen

De tangpantserjuffer is een zwerflustige soort die zich vaak ver verwijdert van de voortplantingsbiotoop. Zo heeft een groot deel van de waarnemingen in de duinen waarschijnlijk betrekking op zwervers afkomstig van de hoge zandgronden. De sterke neiging de voortplantingsbiotoop te verlaten kan ook verklaren dat bij merk-terugvangproeven maar weinig dieren werden teruggezien (Gerken & Zettelmeyer 1986).

Bron

Auteur(s)

Abbingh, G.

Publicatie