Overslaan en naar de inhoud gaan

Gevlekte glanslibel Somatochlora flavomaculata

Foto: Gé Driessen

Indeling

Corduliidae [familie]
Somatochlora [genus] (3/3)

Voorkomen

StatusOorspronkelijk. Minimaal 10 jaar achtereen voortplanting. (1a)
Habitatland zoet
ReferentieBasisrapport Rode Lijst Libellen 2011 volgens Nederlandse en IUCN-criteria
ExpertKalkman, V.J. (EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden)

 

Areaal

S.flavomaculata komt voor van West-Europa tot in Mongolië, noordelijk tot ongeveer de 60breedtegraad. In Europa is de verspreiding geconcentreerd in de lagere delen rond de Alpen. In Noordwest-Europa leven enkele verspreide populaties, tot in het zuiden van Noorwegen. In Noordoost-Europa is de soort niet ongewoon (bijvoorbeeld in Polen). Op het Iberisch Schiereiland ontbreekt hij en ten zuiden van de Po-vlakte in Italië komt hij nauwelijks voor. In Zuidoost-Europa wordt hij rond de Middellandse Zee schaars. In Frankrijk komt hij overal lokaal voor (in het zuiden nauwelijks), in Groot-Brittannië ontbreekt hij. In Duitsland worden min of meer aaneengesloten gebieden in het uiterste noorden (Schleswig-Holstein) en het middelgebergte en uitlopers van de Alpen bewoont, daartussen komen slechts lokale populaties voor. Ten oosten van Swalmen, vlak over de grens met Nederland, leeft een populatie in het Elmpter Bruch. In België is het voorkomen beperkt tot twee gebieden aan de grens met Luxemburg en de Kempen, tegen de Nederlandse grens. De soort wordt in Vlaanderen met uitsterven bedreigd, uit Luxemburg is hij verdwenen.

Verspreiding in Nederland

Deze libel is in Nederland in de 20e eeuw sterk achteruitgegaan. In het begin van de 20e eeuw kwam hij verspreid voor in de uitgestrekte veengebieden in het zuidoosten van Nederland, bijvoorbeeld in de omgeving van Weert en Oisterwijk en op de oostoever van de Maas (Lieftinck 1926b). Ook bij Winterswijk leefde waarschijnlijk een populatie. De soort was vermoedelijk een niet heel zeldzame verschijning van moerassen en vennen op de zandgronden. In 1924 werd hij voor het laatst op de oostoever van de Maas gezien en in 1938 voor het laatst bij de Oisterwijkse Vennen. Na 1950 werden waarnemingen in Midden-Limburg en het oostelijk deel van Noord-Brabant gedaan, waarschijnlijk vooral zwervers uit Nordrhein-Westfalen, waar in die tijd nog grote populaties leefden (Jödicke 1995, Kikillus & Weitzel 1981). Tot 1973 leefde een populatie op de Malpie (Mol 1980). Zwervers zijn verder waargenomen op de Waddeneilanden, het Fochtelooërveen (Beukeboom 1988), de omgeving van Denekamp en de Brunssummerheide. Sinds de jaren ‘90 leeft een populatie in de moerassen rond Budel-Dorplein. In 1993 en 1999 is een individu waargenomen in De Wieden. In 1999 en 2000 werden populaties ontdekt in De Weerribben en in de Lindevallei (pers. med. T. de Groot, G. Mensink, T. de Jager en E. Ruiter) (niet op kaart). Wellicht leven in het Overijsselse en Friese laagveengebied een of enkele populaties. In 2000 werd een, waarschijnlijk kleine, populatie ontdekt bij een ven in de omgeving van Valkenswaard.

Deze libel vliegt zelden bij open water en de herkenning in vlucht is niet eenvoudig. Het is daarom denkbaar dat hij op sommige locaties niet is opgemerkt, hoewel recent veel waarnemers gericht naar deze soort speuren.

Bron

Auteur(s)

Ketelaar, R.

Publicatie