Nederlands Soortenregister

Overzicht van de Nederlandse biodiversiteit

Bosbeekjuffer Calopteryx virgo

Foto: Marlies Bakker

Indeling

Calopteryx [genus] (2/2)
virgo [soort]

Voorkomen

StatusOorspronkelijk. Minimaal 10 jaar achtereen voortplanting. (1a)
Habitatland zoet
ReferentieBasisrapport Rode Lijst Libellen 2011 volgens Nederlandse en IUCN-criteria
ExpertKalkman, V.J. (EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden)

Trend

Trend gehele periode: Matige afname
Trend laatste 10 jaar: Matige afname

Bron: Vlinderstichting, CBS (via Netwerk Ecologische Monitoring)

 

Areaal

Calopteryxvirgo komt voor in geheel Europa, in Noord-Afrika en Azië tot in China. In Siberië ligt de noordgrens van het areaal rond de 55e breedtegraad, de oostgrens ligt rond de 135e lengtegraad. In Europa komen verschillende ondersoorten voor. In het noorden, tot ver in Scandinavië, behoren de dieren tot de ondersoort C.v.virgo. Ten zuiden van de lijn Bretagne-Alpen (Spanje, zuidelijk Frankrijk, Italië, Noord-Afrika) vliegt de ondersoort C.v.meridionalis. In Zuid-Europa komen verder de ondersoorten padana en festiva voor.

In Groot-Brittannië is de bosbeekjuffer het meest algemeen in het zuidwesten en in Wales. De soort komt in geheel Frankrijk en Duitsland voor, zij het in het noorden van Duitsland duidelijk minder dan in het zuiden. In België beperkt de verspreiding zich vooral tot de hoge delen van het land, met name de Kempen en de Ardennen. De soort staat op de Vlaamse Rode Lijst in de categorie ‘bedreigd’. In Luxemburg is de bosbeekjuffer de meest verspreide libellensoort van stromende wateren. In alle Europese landen gaat de soort achteruit.

Verspreiding in Nederland

In de eerste helft van de 20e eeuw was de bosbeekjuffer nog tamelijk algemeen bij beken in Overijssel, Gelderland, Noord-Brabant en Limburg. Vooral langs de zuidrand van de Veluwezoom waren populaties te vinden bij de van het Veluwemassief stromende beken en sprengen, waarschijnlijk tot in de jaren ‘50. In de jaren ‘70 verdween de soort uit Twente en werd veel schaarser in het westelijk deel van Noord-Brabant. De toename van het aantal stippen in het oostelijk deel van Noord-Brabant in de periode 1950-1990 is louter het gevolg van intensief onderzoek in deze periode (Wasscher 1988) en van het feit dat beken voor 1950 slecht zijn onderzocht. Ook langs de Geul heeft een afname plaatsgevonden (Wasscher 1989b). Hier werden in de jaren ‘70 nog enkele honderden individuen waargenomen. Momenteel worden daar nog wel waarnemingen gedaan, maar het is twijfelachtig of er nog een populatie is. Mogelijk betreffen deze waarnemingen zwervers, afkomstig van de Gulp of uit België.

In totaal zijn er nog zestien populaties in Nederland (stand tot en met 1999). Langs slechts acht beken werden na 1990 meer dan tien individuen tegelijk geteld. De populatie langs Het Merkske (niet op kaart) is heel klein (pers. med. F. Vermeer). Langs de Beekloop en langs de Boschbeek is de trend ook in de jaren ‘90 neerwaarts. Langs beide beken werden in 1997 lage aantallen aangetroffen. Er blijven vijf tamelijk krachtige populaties in Nederland over: de Boven Slinge, Rovertsche Leij, Reusel, Weerterbosch en de Gulp. Hiervan is de populatie bij de Boven Slinge verreweg het grootst. In mei 1998 werden hier minstens 200 mannetjes gezien (pers. med. F. Bos & T. Wolterbeek). De bosbeekjuffer lijkt, anders dan de weidebeekjuffer, nog niet sterk te profiteren van de verbetering in de waterkwaliteit. Recente vestigingen wijzen er echter op dat het tij aan het keren is. Zo is een toename geconstateerd op een aantal beken in West-Brabant (pers. med. F. Vermeer), rond Winterswijk (pers. med. J. Rademaker) en in 2001 langs de Geul (pers. med. M. Bonder). Ook is de bosbeekjuffer teruggekeerd in Twente, langs de Dinkel (pers. med. B. Knol, D. Oomen & K. Goudsmits).

De mannetjes van de bosbeekjuffer zijn eenvoudig van de weidebeekjuffer te onderscheiden, bij vrouwtjes is dit moeilijk. Minder ervaren waarnemers zien weidebeekjuffers nog regelmatig aan voor bosbeekjuffers. Recent zijn enkele nieuwe populaties van de bosbeekjuffer ontdekt (Peters et al. 1999), maar het is onwaarschijnlijk dat grote populaties over het hoofd zijn gezien.

Bron

Auteur(s)

Heeffer, J., Ketelaar, R.

Publicatie

  • NVL, 2002. De Nederlandse libellen (Odonata). Nederlandse Fauna 4: 1-440. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden..