Nederlands Soortenregister

Overzicht van de Nederlandse biodiversiteit

Donkere waterjuffer Coenagrion armatum

Foto: Tim Faasen

Indeling

Coenagrion [genus] (8/6)
armatum [soort]

Biotoop

Bij alle vroegere en huidige Europese vindplaatsen is het water tamelijk ondiep (25-100 cm) en wordt de vegetatie gedomineerd door grote sprieterige planten in het water – zoals riet (Phragmites australis), kleine lisdodde (Typhaangustifolia), zeebies (Bolboschoenusmaritimus), snavelzegge (Carexrostrata) en/of holpijp (Equisetumfluviatile) – in een kritische dichtheid, niet te dicht en niet te open. Uit de weinige waarnemingen in Nederland blijkt dat de soort zich hier voornamelijk in matig voedselarme (laagveen)moerassen voortplant. De waterkwaliteit van de locatie in De Weerribben is goed (zeer fosfaatarm). Mogelijk is dit van cruciale betekenis voor de soort. Het voedselarme karakter van de plek blijkt uit de aanwezigheid van blaasjeskruid (Utricularia sp.). In Groot-Brittannië kwam C.armatum voor in mesotrofe poelen en sloten met een rijke oeverbegroeiing van riet en zeggen (Carex sp.). In Noord-Duitsland kwam de soort voor in mesotrofe veen- en heideplasjes met oever- en waterplanten als veenpluis (Eriophorumangusti-folium), waterdrieblad (Menyanthestrifoliata), duizendknoopfonteinkruid (Potamogetonpolygonifolius), blaasjeskruid en veenmos (Sphagnum). Op een aantal Duitse vindplaatsen zou Equisetum gestaan hebben – waarschijnlijk werd holpijp (E.fluviatile) bedoeld, een indicator voor kwel. Ook werd de soort aangetroffen in een verzoete polder bij ondiep water met een rijke vegetatie met zeebies (Bolboschoenus maritimus) en riet. De zuurgraad van het water op deze afwijkende vindplaats was uitzonderlijk hoog, pH=9 (Kelm 1983). In Wit-Rusland vliegt C.armatum  in vegetaties die sterk gedomineerd worden door snavelzegge en holpijp, en ook hier zijn nitraat- en fosfaatgehalte laag (pers.med. K.-D. Dijkstra). In Finland, waar C.armatum tamelijk algemeen is, worden vegetatierijke leemplasjes als belangrijkste biotoop genoemd. Door de onderlaag van leem  hebben deze een waterspiegel die hoger ligt dan het eigenlijke grondwaterniveau (een zogenaamde schijngrondwaterspiegel). (Merritt et al. 1996, Schmidt 1978, Valle 1938, Valtonen 1980)

Begeleidende soorten

In de jaren ‘50 is C.armatum in Noord-Nederland waargenomen met Coenagrionpulchellum, Erythrommanajas en Corduliaaenea. In Noord-Duitsland kwam C.armatum vroeger voor met C.hastulatum, C.lunulatum en Leucorrhiniarubicunda (Schmidt 1978). Ook in Zuid-Zweden komt de soort gewoonlijk met deze libellen voor. In Wit-Rusland zijn de meest constante begeleiders C. pulchellum en C.has-tulatum.

 

Bron

Auteur(s)

Ketelaar, R.

Publicatie