Overslaan en naar de inhoud gaan

Speerwaterjuffer Coenagrion hastulatum

Foto: Ron Schippers

Indeling

Coenagrion [genus] (8/6)
hastulatum [soort]

Eieren en larven

De eieren worden onder water afgezet op diverse substraten, zoals drijvende (delen van) waterplanten, met name fonteinkruiden (Potamogeton), en planten in de oeverzone. De larven leven vooral tussen oeverplanten, waar dichtheden kunnen oplopen tot meer dan 250 individuen per vierkante meter. Larvenhuidjes zijn vlak boven het wateroppervlak in de oevervegetatie gevonden. (Heidemann & Seidenbusch 1993,
Johansson & Norling 1994, Norling 1984, Schorr 1990)

Imago’s

Kort na het uitsluipen gaan de jonge dieren naar beschutte plekken in de directe nabijheid van het voorplantingswater. Imago’s die niet aan de voortplanting deelnemen zijn langs bos- en struweelranden te vinden. Op zoek naar een vrouwtje vliegen mannetjes heen en weer langs en tussen de oevervegetatie – ze zijn dan niet agressief naar andere mannetjes. Na de tandemvorming blijft het paar in de directe omgeving van het water. De copulatie duurt meestal hooguit enkele minuten, waarbij ze soms gestoord worden door mannelijke soortgenoten of mannetjes van Coenagrionpuella. De eieren worden in tandem afgezet, waarbij doorgaans het vrouwtje onder water verdwijnt en in veel gevallen ook het mannetje.

Fenologie

De eieren komen in juli en augustus uit. In Noord-Zweden duurt de levenscyclus drie tot vier jaar, in het zuiden één tot twee jaar (Johansson & Norling 1994, Norling 1984). In Nederland duurt de levenscyclus waarschijnlijk één jaar. De weinige waarnemingen van verse individuen komen uit midden mei en begin juni. In Noord-Duitsland duurt de uitsluipperiode ongeveer 24 dagen. De vliegtijd van deze voorjaarsoort duurt van midden mei tot eind juli. Voortplantingsactiviteit is (sporadisch) waargenomen tussen eind mei en begin juli.

 

Verbreidingsvermogen

De speerwaterjuffer staat niet bekend als zwerflustig, maar kan wel grote afstanden afleggen. In Duitsland is hij bijvoorbeeld aangetroffen op de Waddeneilanden Amrum en Wangerooge, waar zeker geen populaties leven (Brock et al. 1997, Lempert 1996). In Nederland is de soort sporadisch op onwaarschijnlijke locaties waargenomen. Aangezien er in Nederland maar weinig populaties zijn, is de kans op vestiging op nieuwe plaatsen klein. Er is één recente vestiging bekend: in de (grote) tuinvijver van de beheerder van het Korenburgerveen (Ketelaar 1998).

 

Bron

Auteur(s)

Ketelaar, R., Heeffer, J.

Publicatie