Nederlands Soortenregister

Overzicht van de Nederlandse biodiversiteit

Grote roodoogjuffer Erythromma najas

Foto: Kees Venneker

Indeling

Erythromma [genus] (3/3)
najas [soort]

Voorkomen

StatusOorspronkelijk. Minimaal 10 jaar achtereen voortplanting. (1a)
Habitatland zoet
ReferentieBasisrapport Rode Lijst Libellen 2011 volgens Nederlandse en IUCN-criteria
ExpertKalkman, V.J. (EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden)

Trend

Trend gehele periode: Stabiel
Trend laatste 10 jaar: Stabiel

Bron: Vlinderstichting, CBS (via Netwerk Ecologische Monitoring)

 

Areaal

De grote roodoogjuffer heeft een verspreiding van West-Europa tot aan de oostkust van Siberië en Japan. Mogelijk behoren de meest oostelijke populaties tot een aparte soort, E.humerale (Asahina 1992). De noordgrens van de verspreiding in Europa ligt halverwege Scandinavië en de zuidgrens loopt van de Pyreneeën via de Alpen en zuidelijk Italië door tot in Joegoslavië en Griekenland. In Noord-Afrika ontbreekt de soort. In Groot-Brittannië komt E.najas alleen in het zuiden voor en hij ontbreekt in Ierland. In Frankrijk en Duitsland is hij vrij gewoon. In de Duitse deelstaat Rheinland-Pfalz, grenzend aan België, staat de soort echter als potentieel bedreigd op de Rode Lijst. In België komt hij verspreid voor maar ontbreekt in grote delen. Door de vastgestelde achteruitgang van bijna 50% staat hij als kwetsbaar op de Rode Lijst van Vlaanderen. In Luxemburg komen maar twee populaties voor.

Verspreiding in Nederland

De grote roodoogjuffer komt in bijna heel Nederland voor. De verspreiding is het meest aaneengesloten in Zuid-Holland, Utrecht en Gelderland (met uitzondering van de Veluwe). De verspreiding op de zandgronden is minder aaneengesloten en de aantallen zijn er lager. De soort verkiest de laagveengebieden en het Rivierengebied – in de Vechtplassen en De Wieden is hij bijvoorbeeld wijdverspreid en talrijk (De Groot 1995, 1997a). In zuidelijk Limburg is het aantal vindplaatsen door afwezigheid van geschikte biotopen beperkt (Hermans 1992, Kurstjens & De Veld 1996, Kurstjens et al. 1995). Uit de zeekleigebieden van Zeeland, het noorden van Noord-Holland, westelijk Friesland en het noorden van Groningen zijn weinig waarnemingen bekend. Ook in het goed onderzochte Zuid-Holland is de soort afwezig in de jonge zeekleigebieden Voorne en de Hoekse Waard. Mogelijk speelt het relatief hoge zoutgehalte hier een rol.

De verspreidingskaarten van voor en na 1990 laten geen opmerkelijke verschillen zien. De soort lijkt wijder verspreid, maar dit is een gevolg van de toegenomen intensiteit van waarnemen. Als genus zijn de roodoogjuffers gemakkelijk te herkennen, maar het is moeilijk om de twee soorten in het veld van elkaar te onderscheiden. Doordat ze vaak op bladeren ver van de waterkant zitten moeten ze gericht (met een verrekijker) gezocht worden. Misschien dat het verspreidingsbeeld hierdoor enigszins is beïnvloed.

Bron

Auteur(s)

Weide, M.J.T. van der

Publicatie