Nederlands Soortenregister

Overzicht van de Nederlandse biodiversiteit

Kleine roodoogjuffer Erythromma viridulum

Foto: Louis Westgeest

Indeling

Erythromma [genus] (3/3)
viridulum [soort]

Voorkomen

StatusOorspronkelijk. Minimaal 10 jaar achtereen voortplanting. (1a)
Habitatland zoet
ReferentieBasisrapport Rode Lijst Libellen 2011 volgens Nederlandse en IUCN-criteria
ExpertKalkman, V.J. (EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden)

Trend

Trend gehele periode: Stabiel
Trend laatste 10 jaar: Matige afname

Bron: Vlinderstichting, CBS (via Netwerk Ecologische Monitoring)

 

Areaal

De hoofdverspreiding ligt rond de Middellandse Zee en verder naar het oosten tot Armenië en Turkmenistan. Uit Noord-Afrika zijn meldingen bekend van Marokko en Algerije. In Zuid-Europa komt E.viridulum voor in Spanje, Frankrijk, Italië en enkele eilanden in de Middellandse Zee. Van Slovenië tot Griekenland is de soort algemeen. De noordgrens ligt in het noorden van Duitsland en Nederland. E.viridulum is in 2000 voor het eerst vastgesteld in  Groot-Brittannië. In Duitsland, Frankrijk en Luxemburg komt hij plaatselijk voor, soms algemeen. In België is hij vooral algemeen in Vlaanderen. De noordgrens van de Europese verspreiding verschuift noordwaarts.

Verspreiding in Nederland

De kleine roodoogjuffer was tot 1980 zeer zeldzaam. Sindsdien heeft de soort zich sterk uitgebreid, waardoor het thans één van de algemeenste libellen van Nederland is. De eerste waarneming is afkomstig uit de omgeving van Heerlen in 1917. Voortplanting werd in 1977 voor het eerst vastgesteld bij het Amsterdamse Bos. De toename van het aantal waarnemingen kwam in de jaren ‘80 op gang, net als elders in Europa (Askew 1988, Schorr 1990). Waarschijnlijk is de uitbreiding al eerder begonnen, maar werd deze niet opgemerkt (Schoorl & Verdonk 1979). De toename in Nederland heeft zich in de jaren ‘90 sterk voortgezet. Sinds 1995 geldt de soort als talrijk en wijdverspreid. Vooral uit Zuid-Holland zijn veel waarnemingen bekend, niet alleen door de vele geschikte biotopen maar ook door de intensieve inventarisaties (Mostert 1998).

De warme zomers in combinatie met de zachte winters hebben waarschijnlijk bijgedragen aan de explosieve uitbreiding na 1994. In de zomer van 1995 was de soort na Ischnuraelegans op veel plaatsen de talrijkste libel. De eerste meldingen van de Waddeneilanden zijn van 1995 (Kalkman 1996). Inmiddels is E.viridulum op alle eilanden algemeen. Met een verrekijker is de kleine roodoogjuffer met enige ervaring makkelijk herkenbaar. Omdat het aantal waarnemers met verrekijker en ervaring in de jaren ‘90 sterk gegroeid is, is de toename van de libel waarschijnlijk minder sterk dan de gegevens suggereren.

Bron

Auteur(s)

Weide, M.J.T. van der

Publicatie