Nederlands Soortenregister

Overzicht van de Nederlandse biodiversiteit

Koraaljuffer Ceriagrion tenellum

Foto: Rob Smeenk

Indeling

Ceriagrion [genus] (1/1)
tenellum [soort]

Biotoop

De koraaljuffer komt in Nederland voornamelijk voor bij min of meer zure (pH van 3,5 tot 6,0), voedselarme bos- en heidevennen en op hoogveen. Het water warmt ’s zomers relatief snel op en vriest ’s winters niet dicht, doordat het diep genoeg is of doordat het traag stroomt of kwel bevat. Er is een rijke begroeiing van zowel emerse als submerse planten. Sporadisch wordt de soort aangetroffen bij stromend water (Heidemann & Seidenbusch 1993, Jansen 1988, Krüner 1986, Schorr 1990).

In het Bargerveen komt de koraaljuffer voor bij water met planten die op verstoring duiden, zoals pitrus (Juncuseffusus), fioringras (Agrostisstolonifera), sikkelmos (Drepanocladus), grote lisdodde (Typhalatifolia), waternavel (Hydrocotylevulgaris) en algenflab – hier lijkt de soort een storingsindicator te zijn. In het Dwingelderveld komt de soort echter juist voor in oligotrofe milieus zoals hoogvenen (Jansen 1989, Verspui 1991, Wasscher 1992). Ook bevinden zich populaties bij kwelbeekjes, zoals in de steengroeven van Winterswijk. In België en Noord-Duitsland komt C.tenellum, net als in Nederland, hoofdzakelijk voor op vennen en hoogveen. In zuidelijk Europa wordt de soort onder kalkrijkere omstandigheden gevonden, vooral bij stromend water.

Begeleidende soorten

De meest gebruikelijke begeleiders zijn Lestessponsa, Enallagmacyathigerum, Libellulaquadrimaculata en Sympetrumdanae. De grote overlap met typische vennensoorten, zoals Lestesdryas, L.virens, Coenagrionlunulatum, Aeshnajuncea, Leucorrhiniadubia en L.rubicunda, is te verklaren uit hun betrekkelijk algemene voorkomen in Drenthe.

Bron

Auteur(s)

Abbingh, G.

Publicatie

  • NVL, 2002. De Nederlandse libellen (Odonata). Nederlandse Fauna 4: 1-440. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden..