Overslaan en naar de inhoud gaan

Kanaaljuffer Erythromma lindenii

Foto: Kees Venneker

Indeling

Erythromma [genus] (3/3)
lindenii [soort]

Eieren en larven

Als substraat voor de eiafzet dienen voornamelijk fijnbladige, ondergedoken waterplanten, zoals vederkruid (Myriophyllum sp.) en hoornblad (Ceratophyllum sp.), maar ook drijvende waterplanten (Martens & Wimmer 1997). De larven leven tussen waterplanten. Het uitsluipen vindt plaats op boven water uitstekende delen van waterplanten. Larvenhuidjes zijn ook gevonden oeverplanten, stenen en drijfbladeren, tot op een halve meter boven het wateroppervlak (Berthelmann 1989, Heidemann & Seidenbusch 1993, Schmidt 1991).

Imago’s

Kanaaljufferimago’s vliegen snel en laag over het wateroppervlak en komen vrijwel uitsluitend voor de paring in de buurt van de oever. De mannetjes bezetten een uitkijkpunt midden op het water, bijvoorbeeld op plompebladeren, wieren, stokken of bloeiaren van waterplanten zoals aarvederkruid. Ze houden daarbij het lichaam vlakker dan andere waterjufferachtigen. De mannetjes kunnen zeer agressief zijn en iedere naderende juffer aanvallen. Aan het eind van de middag neemt die agressiviteit af. Als er een vrouwtje verschijnt vliegt het mannetje snel achter haar aan en probeert haar te grijpen. De paring vindt plaats in de oever-zone en duurt enkele minuten tot een half uur. De eieren worden afgezet in tandem. Vaak vormen de tandems groepen bij de eiafzet. Het vrouwtje loopt meestal langzaam achteruit over bijvoorbeeld een drijfblad het water in, waarbij ze soms geheel onder water verdwijnt. In dat geval laat het mannetje los. Soms blijft hij wachten tot het vrouwtje weer tevoorschijn komt en trekt hij haar uit het water (Bernard 1999, Heymer 1973b, Utzeri et al. 1983).

Fenologie

De eieren komen voor de winter uit. De levenscyclus duurt één jaar, in Zuid-Europa kan een tweede generatie optreden. In Nederland dateert de laatste waarneming van een vers individu van eind juli. Uit Polen is bekend dat het uitsluipen daar eind mei begint en ongeveer twee en halve maand doorgaat met een piek in juni (Bernard 1999). De kanaaljuffer is een zomersoort met zijn hoofdvliegtijd van midden juli tot begin augustus. Het geringe aantal waarnemingen in juni is deels een waarnemerseffect. In Nederland is voortplantingsactiviteit gemeld van begin juni tot en met midden augustus.

Verbreidingsvermogen

De kanaaljuffer is goed in staat om nieuwe gebieden te koloniseren. Afgelopen jaren heeft de soort dit bewezen door zich vanuit een klein aantal populaties over het zuiden van Nederland te verspreiden. Er zijn aanwijzingen dat de soort zich verspreidt via lijnvormige wateren, zoals kanalen en rivieren (Banse et al. 1984). Zwervers zijn vaak boven dit soort wateren waargenomen.

Bron

Auteur(s)

Hermans, J.

Publicatie