Overslaan en naar de inhoud gaan

Zuidelijk spitskopje Conocephalus fuscus

Foto: Martien van den Heuvel

Indeling

Tettigoniidae [familie]
Conocephalus [genus] (2/2)
fuscus [soort]

Voorkomen

StatusOorspronkelijk. Minimaal 10 jaar achtereen voortplanting. (1a)
Habitatland
ReferentieDe Nederlandse sprinkhanen en krekels (Orthoptera)
ExpertKleukers, R.M.J.C. (EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden)

Areaal

C. discolor heeft een groot verspreidingsgebied van West-Europa tot voorbij de Oeral tot in het Amoergebied. In Europa komt de soort voor tussen 35° en 55° noorderbreedte. Ten zuiden van ons land, zoals in Frankrijk, is C. discolor veel verbreider en gewoner dan C. dorsalis. In Noordwest-Europa breidt de soort zich uit. In Nordrhein-Westfalen komt C. discolor momenteel in het Rijndal tot Emmerich voor en ten westen daarvan aansluitend aan de Middenlim­burgse populaties. In België komt de soort ener­zijds in de kuststreek voor, anderzijds in de Famenne en Ardennen, en aansluitend in Luxem­burg (Kleu­kers Et Al. 1996).

Voorkomen in Nederland

Voor 1980

Er zijn geen waarnemingen van C. dis­color van voor 1980 bekend. De soort werd eenmaal eerder op grond van een foute determinatie van een vrouw­tje van C. dorsalis voor Nederland gemeld (Van Der Weele 1907, C. Willemse 1917).

Vanaf 1980

Het eerste exemplaar van C. discolor werd in 1990 gevonden bij Ospel. Het betrof een manne­tje, dat eerst gedetermi­neerd was als een lang­vleugelige C. dorsalis. In totaal zijn nu drie populaties en een aantal vindplaatsen van extra-langvleu­gelige mannetjes bekend (tabel 3). De popu­latie ten westen van Swalmen, vlak bij de Duitse grens, is vermoedelijk een afsplitsing van de grote populaties in het aangrenzende gebied in Duitsland (Kreis Viersen) (Thomas Et Al. 1993). De twee andere populaties bevinden zich langs de Waal bij Ewijk. Bijzonder opmerkelijk was de vondst van een mannetje op het eiland Voorne. Na afsluiten van het project werd in 1995 een populatie op Noord-Beveland ontdekt (Ir).

De vondsten in Nederland sluiten goed aan bij de geconstateerde uitbrei­ding in Groot-Brittan­nië, België en Duitsland (Kleukers Et Al. 1996). Ver­dere uitbreiding van deze soort is dan ook waar­schijnlijk.

Doordat de soort niet altijd direct opvalt, is het verspreidingsbeeld waar­schijnlijk niet geheel volledig.

Update (10-8-2015) In de afgelopen decennia heeft het zuidelijk spitskopje zich over vrijwel het gehele land uitgebreid, het is mogelijk dat de soort concurreert het gewoon spitskopje, maar dat moet verder onderzocht worden (Bakker et al. 2015).

Bron

Auteur(s)

Odé, B., Willemse, L.P.M., Wingerden, W.K.R.E. van, Nieukerken, E.J. van, Kleukers, R.M.J.C.

Publicatie