Overslaan en naar de inhoud gaan

Dikbuiksprinkhaan Polysarcus denticauda

Indeling

Tettigoniidae [familie]
Polysarcus [genus] (1/0)
denticauda [soort]

Polysarcus denticauda is een grote, dikke sabelsprinkhaan, met een overwegend groene kleur. De voorvleugels zijn bij het mannetje gereduceerd tot korte flappen die aan de achterrand van het halsschild over elkaar liggen. Bij het vrouwtje zijn de voorvleugels nog kleiner en steken maar net onder het halsschild uit. De subgenitaalplaat is bij het mannetje erg groot en steekt omhoog tussen de cerci. De legboor van het vrouwtje is vrij recht en gekarteld. Het gehoororgaan aan de basis van de voorscheen is ovaal.

Bij deze soort is een met treksprinkhanen vergelijkbare trek­vorm beschreven. Deze dieren komen in zeer hoge dichtheden voor, zijn actiever, kleiner, donkerder van kleur en hebben een meer zadelvormig halsschild. In het begin en midden van deze eeuw vonden soms massale migraties plaats in onder andere Frankrijk en Oostenrijk. Hierbij werd aanzienlijke schade aan landbouwgewassen aangebracht. Het voedsel bestaat voornamelijk uit plantaardig materiaal maar mogelijk worden ook kleine insekten gegeten. De eieren, die worden afgezet in de bodem, ontwikkelen zich waarschijnlijk binnen één jaar (Detzel 1991, Harz 1957A).

De zang heeft in vergelijking met andere sabelsprinkhanen een ingewikkelde opbouw. Het bestaat voor een groot deel uit een langdurig zoemen. Dit zoemen wordt vanaf een bepaald moment hoger. Na een fase waarbij aan dit hoge zoemen luide tikken worden toegevoegd gaat de zang weer terug naar een eerst nog regelmatig onderbroken zoemen. Het geheel wordt wel vergeleken met het geluid van een neerstortend vliegtuigje. Bij de laag zoemende fase lopen de dieren meestal rond en bij het hoge zoemen en tikken zitten ze meestal stil. De zang is op een afstand van 30-50 m te horen. Van deze soort is verder bekend, dat de vrouwtjes kunnen antwoorden met een tikgeluid, dat precies valt in de korte stilte na iedere luide tik van het mannetje. Bij het beetpakken worden vaak één of enkele scherpe geluiden geuit (Bellmann 1985, Faber 1953, Helller 1988, 1990).

Bron

Auteur(s)

Willemse, L.P.M., Wingerden, W.K.R.E. van, Kleukers, R.M.J.C., Nieukerken, E.J. van, Odé, B.

Publicatie