Overslaan en naar de inhoud gaan

Boomkrekel Oecanthus pellucens

Foto: René Krekels

Indeling

Gryllidae [familie]
Oecanthus [genus] (1/1)
pellucens [soort]

Oecanthus pellucens is een sierlijke, kleine krekel, meestal met een geelbruine kleur. Het halsschild is, anders dan bij de meeste andere krekels, veel langer dan breed. De voorvleugels reiken tot aan de achterknie en de achtervleugels steken achter de voorvleugels uit. Het vliegvermogen blijkt gecorreleerd te zijn aan de lengte van de achtervleugel (Dorda 1995). Bij het vrouwtje zijn de cerci ongeveer even lang als de lange, smalle legboor.

De cyclus is eenjarig. De eieren worden in plantestengels afgezet. Het voedsel bestaat uit zachte plantedelen en kleine insekten. De soort komt voor op allerlei snel opwarmende plaatsen met een goed ontwikkelde kruid- en struik­­laag, langs de Rijn in ruderale vegetatie. Vanwege het voorkomen in wijngaarden wordt de soort ook wel wijnhaantje genoemd (Detzel 1991, Kretschmer 1984, Sander 1995).

Het tsjirpen van deze soort (cd 21) vormt een van de meest welluidende krekelgeluiden. Het is typisch voor de warme zomeravonden in Zuid-Europa. De mannetjes zingen veelal in koren. De roepzang bestaat uit helder trillende geluiden van 0,4-2 s, die snel op elkaar volgen. De baltszang lijkt op de roepzang. Het vrouwtje zingt niet. Deze soort begint in de avondschemering te roepen, met een maximale activiteit tussen 21.00 en 22.00 uur. Ze zingen tot in het begin van de nacht. Bij de copulatie snoept het vrouwtje van een afscheiding van speciale klieren op de rug van het mannetje (Hohorst 1937).

Update (10-8-2015) De eerste natuurlijke populaties van de boomkrekel werden in 2004 ontdekt langs de Waal en Rijn, dicht bij de Duitse grens. Sindsdien heeft de soort zich sterk uitgebreid in het rivierengebied (Bakker et al. 2015).

Bron

Auteur(s)

Willemse, L.P.M., Wingerden, W.K.R.E. van, Kleukers, R.M.J.C., Nieukerken, E.J. van, Odé, B.

Publicatie