Overslaan en naar de inhoud gaan

Weidesprinkhaan Chorthippus dorsatus

Foto: Peter Hoppenbrouwers

Indeling

Acrididae [familie]
Chorthippus [genus] (8/7)
dorsatus [soort]

Cyclus

De eipakketten worden bovengronds afgezet, in de onderste laag plantenmateriaal of tot 5 cm hoogte tussen de vegetatie. In het daaropvolgende voorjaar komen de eieren uit, maar het aantal nymfale stadia is niet bekend (Detzel 1991). In Nederland werden de imago’s alleen op 19 augustus en 7 september gevonden. In Zuid-Duitsland wordt de soort pas relatief laat volwassen en is te vinden van half juli tot in november (Detzel 1991).

Voedsel

Cdorsatus is herbivoor. Door keuzeproeven werd bepaald dat een grote variatie aan grassen en cypergrassen gegeten wordt en geen kruiden. Vroeger zou de soort schade hebben veroorzaakt in weilanden in Italië (Bej-Bienko & Mish­chenko 1964, Kaufmann 1965).

Vlieg- en verbreidingsvermogen

Over het verbreidingsvermogen is geen informatie beschikbaar. Uit de vondsten van geïsoleerde exemplaren zoals in ons land, zou kunnen worden afgeleid dat C. dorsatus kan vliegen.

Begeleidende soorten

Het is niet bekend met welke soorten Cdorsatus vroeger in Nederland voorkwam.

Zang

De korte, zacht schavend-krassende roepzang eindigt met een schavend-ritselende klank (‘srè-srè-srè-srè-drrsj’) en duurt ca. 0,8-1,5 s. De roepzang wordt regelmatig herhaald, iedere 2-5 s. Baltszang en rivaliseergeluid lijken op de roepzang. Deze soort is voor zover bekend alleen overdag te horen.

De roepzang kan met name verward worden met de zang van Chorthippus parallelus. Het eerste deel van de roepzang van C. dorsatus lijkt op de roepzang van C. parallelus en het tweede deel op het rivaliseergeluid van deze soort. Ook man­netjes en vrouwtjes van C. parallelus raken hierdoor wel eens in verwarring.

Roepzang

De roepzang is een kort, zacht schavend-krassend echeme van ca. 0,8-1,5 s. Deze wordt vrij regelmatig iedere 2-5 s herhaald. Dit echeme is uit twee delen opgebouwd. In het eerste deel worden door synchrone beweging van de achterpoten ca. 5 (3-7) krassende syllaben (‘srè-srè-srè-srè-srè’) voortge­bracht met een tempo van ca. 6-8 syllaben per s. Het mee­ste geluid wordt geproduceerd bij de (onderbroken) neergaande pootbeweging, waarbij duidelijke hiaten (van 4-11 ms) in de geluidsproduktie aanwezig zijn. Het tweede deel van het echeme sluit direct aan. Het is een schavend-ritselende 280-380 ms lange klank (‘drrsj’) met een aantal syllaben, die wordt geproduceerd bij de snellere, tegengestelde pootbeweging. Bij lage temperaturen duurt het echeme tot 3 s. Dan is het tweede deel van het echeme goed te horen en zijn de tegengestelde pootbewegingen goed te zien (Jacobs 1953, Stumpner & Von Helversen 1992, Bo). Het antwoorden van het vrouwtje lijkt op de roepzang van het mannetje, maar is veel zachter en bevat meestal minder krassende syllaben. Vrouwtjes kunnen bovendien positief reageren op het rivaliseergeluid van C. parallelus, dat soms erg lijkt op de roepzang van C. dorsatus (Jacobs 1953). Het eerste deel van het echeme lijkt mede door de toenemende geluidssterkte op de roepzang van Chorthippus parallelus en C. montanus, maar het is zachter. Het tweede deel van het echeme kan verward worden met het rivaliseergeluid van C. parallelus.

Rivaliseergeluid

Bij rivaliteit wordt het eerste deel van het echeme van de roepzang kort of niet voortgebracht en het tweede deel juist wat luider en langer. Soms worden deze rivaliseergeluiden alternerend voortgebracht. Mannetjes van C. parallelus verwarren het tweede deel van de roep van C. dorsatus met het rivaliseergeluid van hun eigen soort en reageren navenant (Faber 1929, Stumpner & Von Helversen 1992).

Baltszang

Bij de balts klinkt een echeme, dat lijkt op het echeme van de roepzang. Het is evenwel zachter en meestal korter. Bovendien worden de echemes sneller en langduriger herhaald en is het deel van het echeme met tegengestelde pootbewegingen korter. Vlak voor het bespringen van het vrouwtje klinkt er een of enkele korte ‘sji’-syllaben en een luider ‘dschrèt’ (Faber 1929, Jacobs 1953).

Frequenties

Een breed spectrum aan frequenties: 6-15 kHz, piek rond 10 kHz (Bo). Ultrasone frequenties zijn vermoedelijk van minder belang.

Bron

Auteur(s)

Wingerden, W.K.R.E. van, Odé, B., Willemse, L.P.M., Kleukers, R.M.J.C., Nieukerken, E.J. van

Publicatie