Overslaan en naar de inhoud gaan

Europese treksprinkhaan Locusta migratoria

Foto: Roy Kleukers

Indeling

Acrididae [familie]
Locusta [genus] (1/1)
migratoria [soort]

Cyclus

De cyclus van Lmigratoria verschilt bij de verschillende ondersoorten. Zo hebben de eieren van de Afrikaanse ondersoort (Lmigratoriamigratorioides) en de Chinese ondersoort (Lmigratoriamanilensis) geen diapauze en die van de andere ondersoorten wel, in verschillende mate. Om zwermen te kunnen vormen is meer dan één generatie per jaar nodig. In onze streken is dit onmogelijk omdat de eieren van de Europese ondersoort Lmmigratoria in diapauze gaan en overwinteren. De eieren worden 15-20 dagen na de copulatie gelegd, meestal in vrij losse grond. Een vrouwtje produceert onder normale omstandigheden tot vijf eipakketten, ieder met 60 tot 80 eieren. De eieren komen het daaropvolgende jaar uit waarna de nymfen nog vijf stadia doorlopen. Onder gunstige omstandigheden ontwikkelen de nymfen zich binnen 35 dagen tot imago. Twintig tot dertig dagen na de laatste vervelling vindt de copulatie plaats (Tsyplenkov 1978, Weidner 1953b).

De imago’s werden in Nederland gevonden van midden juli tot in oktober.

Voedsel

Lmigratoria is omnivoor. De dieren eten bij voorkeur grassen, maar ook allerlei ander plantaardig materiaal als ook dierlijk voedsel, textiel en zelfs anorganische stoffen (Tsyplenkov 1978).

Vlieg- en kolonisatievermogen

Zowel de dieren van de gregaire vorm als van de solitaire vorm kunnen goed vliegen. Kolonisatie van nieuwe gebieden gebeurt dan ook altijd actief, met gerichte vluchten of ongericht met luchtstromen (Farrow 1990).

Begeleidende soorten

Over de begeleidende soorten is niets bekend.

Zang

Deze nogal stille soort maakt alleen een onopvallend storingsgeluid - een schavend ‘kg.kg.kg.kg.kg.kg.kg...’ - dat voor zover bekend alleen overdag te horen is.

Roepzang

Er is geen geluid te benoemen als roepzang van het mannetje en ook geen geluid van het vrouwtje als antwoord.

Rivaliseergeluid

De geluiden, die wel tot de rivaliseergeluiden worden gerekend worden door beide seksen geproduceerd en zijn daarom eerder te rangschikken onder storingsgeluiden (zie overige geluiden) (Jacobs 1953).

Overige geluiden

Het storingsgeluid is de meest opvallende geluidsuiting (zie oscillogrammen). Het wordt door beide seksen gemaakt. Het gaat om een snelle stridulatiebeweging van één of twee achterpoten: ‘kg.kg.kg.kg.kg.kg.kg...’. Meestal wordt het voortge­bracht als een dier door een paringsbereid mannetje wordt besprongen. Het echeme is meestal korter dan 2 s en bestaat uit 8-20 syllaben. Deze syllaben hebben een tempo van 8-20 per s. Er zijn twee ongeveer even luide halfsyllaben te onderscheiden. Het is vermoedelijk alleen overdag te horen. Daarnaast wordt bij storing de achterpoot wel naar ach­te­ren geschopt. Dit gebeurt meestal zonder geluid. Voor­al de nymfen kunnen knappende geluiden met de kaken voortbrengen. De functie is onbekend.

Frequenties

Een brede piek rond 12,5 kHz (> 8 kHz), hoewel analyses van het hoorbare spectrum ook wel een piek bij 7-8 kHz laten zien. Ultrasone frequenties zijn vermoedelijk van minder belang (Evans 1952, Bo).

Bron

Auteur(s)

Wingerden, W.K.R.E. van, Willemse, L.P.M., Odé, B., Kleukers, R.M.J.C., Nieukerken, E.J. van

Publicatie