Overslaan en naar de inhoud gaan

Europese treksprinkhaan Locusta migratoria

Foto: Roy Kleukers

Indeling

Acrididae [familie]
Locusta [genus] (1/1)
migratoria [soort]

Voorkomen

StatusOorspronkelijk. Minimaal 10 jaar achtereen voortplanting. (1a)
Habitatland
ReferentieDe Nederlandse sprinkhanen en krekels (Orthoptera)
ExpertKleukers, R.M.J.C. (EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden)

Areaal

Lmigratoria heeft een groot verspreidingsgebied, waarbinnen een groot aantal ondersoorten wordt onderscheiden. Tsyplenkov (1978) noemt er negen voor Afrika, Zuidoost-Azië, Noord-Australië, Nieuw-Zeeland, Japan, China, het centrale en zuidelijke deel van de voormalige Sovjet-Unie en het grootste deel van Europa. Op de gepresenteerde Euro­­pe­se verspreidingskaart bestaat een groot deel van het gearceerde oppervlak uit gebied waar de soort zich slechts onregelmatig en steeds voor een beperkt aantal jaren voortplant.Het merendeel van de waarnemingen in Midden- en Noord-Europa betreft afsplitsingen van zwermen van Lmmigratoria die ontstaan zijn in de Donaudelta en mogelijk ook in de Midden-Donauvlakte. In Engeland werd naast Lmmi­gra­­­­toria ook nog Lmgallica gevonden (Marshall & Haes 1988).Momenteel is de soort alleen nog bekend van Zuid-Europa.

Voorkomen in Nederland

Voor 1980

Locustamigratoria werd al door Verwer (1750) en Degeer (1773) genoemd uit Nederland. Het betreft dieren uit een zwerm treksprinkhanen die ook Zweden en Groot-Brittannië bereikte. In 1388 werd Europa geteisterd door geweldige zwermen, met hongersnoden als gevolg. In de Middeleeuw­en be­­reikte een groot aantal zwermen Duitsland (WEIDNER 1953B). Hoewel concrete aanwijzingen ontbreken mag aangenomen worden dat in ieder geval bij een deel van deze invasies ook dieren in Nederland terecht zijn gekomen. Uit de jaren 1684, 1747, 1852, 1922 en 1931 zijn in ieder geval gregaire dieren bekend (C. Willemse 1942). Er zijn slechts weinig inheemse populaties van de Europese treksprinkhaan uit Nederland bekend die langere tijd stand hebben gehouden. De best gedocumenteerde is de populatie van de Brunssummerheide waar vanaf 1928 tot 1939 regelmatig dieren gevonden werden. C. Willemse (1942) noemt de soort nog inheems, met onder andere populaties in de omgeving van Arnhem, Galderse Heide, de heide rondom Gemert en de Brunssummerheide. De laatste vondsten stammen uit 1951 (Kampina en Utrecht).

Door ons zijn geen metingen verricht om te onderzoeken welke ondersoorten er in Nederland aangetroffen zijn en ook is er geen onderscheid gemaakt tussen solitaire en gregaire dieren.

Vanaf 1980

Lmigratoria is niet meer in ons land aangetroffen.

Deze opvallende soort is waarschijnlijk niet over het hoofd gezien en de kans op hernieuwde vestiging in West-Europa is klein. De gebieden aan de Zwarte Zee waar de soort zich vermeerderde zijn namelijk door regulering van de Donau en andere rivieren veel minder geschikt om grote zwermen mogelijk te maken (Weidner 1953b). Het blijft desalniettemin mogelijk dat individuen of groepjes dieren ons land bereiken. Het is onvoorspelbaar wat de klimatologische veranderingen voor invloed zullen hebben op deze soort. Bij vond­sten van geïsoleerde exemplaren kan het gaan om ontsnapte dieren. Deze soort wordt namelijk veel gekweekt, o.a. voor practica of als voedsel voor reptielen.

Bron

Auteur(s)

Wingerden, W.K.R.E. van, Willemse, L.P.M., Odé, B., Nieukerken, E.J. van, Kleukers, R.M.J.C.

Publicatie