Overslaan en naar de inhoud gaan

Reuzenhooiwagen Leiobunum sp.

Foto: Dick Belgers

Indeling

Phalangiidae [familie]
Leiobunum [genus] (6/3)
sp. [soort]

Het genus Leiobunum is te herkennen aan de zeer lange poten, het gladde lichaam (geen tanden aan de zijden van het lichaam, op de oogheuvel, de poten of de palpen), en de  aanwezigheid van een rijtje zeer kleine tanden op ten minste één van de coxae (heup, aanhechtingspunt van de poten aan het lichaam).

De bovenzijde van het lichaam van de reuzenhooiwagen is grotendeels zwart tot donkerbruin met een groene metaalglans. Het vrouwtje is groter dan het mannetje en heeft lichte vlekken op het lichaam. De onderzijde van het lichaam is juist opvallend licht gekleurd, gelig tot oranjebruin. Juvenielen hebben op de bovenzijde een uitgebreidere lichte vlekkentekening dan volwassenen. Oudere dieren worden donkerder en kunnen vrijwel helemaal zwart zijn aan de bovenzijde en roodbruin aan de onderkant.

De poten zijn uitzonderlijk lang, waarbij de tweede poot wel 9 cm kan zijn. De tibiae (schenen) zijn aan de uiteinden wit geringd. Het membraan bij de aanhechting van elke poot -tussen de coxae (heupen) en trochanters (dijbeenringen) - is zichtbaar als een lichte streep, die contrasteert met de donkere bovenzijde en lichtgekleurde onderzijde.

Overdag is de soort vaak te vinden in aggregaties van rustende dieren. Ze vormen dan kluwens van enkele individuen tot groepen van vele honderden of duizenden dieren. Bij verstoring bewegen alle hooiwagens hun lichaam op en neer en stuiven ze uit elkaar. Dergelijk aggregatiegedrag is zeldzaam onder hooiwagens, maar komt ook bij twee andere Leiobunum-soorten voor.

De reuzenhooiwagen is vrij goed van foto’s te herkennen.

Bron

Auteur(s)

Noordijk, J. & H. Wijnhoven