Overslaan en naar de inhoud gaan

Mediterraan kustdraaigatje Tapinoma darioi

Foto: Theodoor Heijerman

Indeling

Dolichoderinae [subfamilie]
Tapinoma [genus] (11/6)
darioi [soort]

Het mediterraan kustdraaigatje is omnivoor en heeft een breed dieet. Allerlei prooidieren worden aangesleept. Bovendien likken de werksters veelvuldig de uitgescheiden honingdauw van bladluizen en dopluizen op allerlei (tuin)planten. Mogelijk leidden ondergrondse gangen ook naar boomwortels met wortelluizen. Op plekken met veel mieren zijn vaak ook meer blad- en dopluizen; dat komt door de actieve bescherming tegen predatoren en parasieten (Mansour et al. 2012). Van sommige planten worden ook de vruchtjes (met mierenbroodjes), naar het nest werden gesleept en waarschijnlijk gegeten (zie ook Espalader et al. 1995).

Het mediterraan kustdraaigatje kan door zijn grote hoeveelheid werksters snel voedsel vergaren en is hierdoor andere mierensoorten te snel af. Door de concurrentie, maar ook door het gif dat Tapinoma-soorten kunnen spuiten uit hun achterlijf, verdwijnen inheemse soorten dan ook op plekken waar het mediterraan kustdraaigatje zich vestigt (Noordijk 2016).

De grote hoeveelheid mieren die continu aanwezig is bij een superkolonie, kan natuurlijk een aantrekkelijke voedselbron vormen voor predatoren. Er is echter niet veel bekend over de mogelijke vijanden van het mediterraan kustdraaigatje in het Nederlandse stedelijke gebied (Noordijk 2016). Bij verstoring bijten de mieren en spuiten ze afweerstoffen uit hun achterlijf om de verstoorder of aanvaller af te schrikken.

Doordat de hoeveelheid mierenwerksters bij een superkolonie zo groot is, en ze omnivoor zijn en blad- en dopluizen houden, heeft het mediterraan kustdraaigatje een effect op vrijwel alle lokaal voorkomende planten en dieren.