Overslaan en naar de inhoud gaan

Hamerhoofdplatworm Bipalium kewense

Indeling

Geoplanidae [familie]
Bipalium [genus] (1/0)
kewense [soort]

Herkenning

Groot (10-30 cm), okergeel, met vijf donkere lijnen midden op de rug en een donkere vlek in de nek. Kop is plat en hamervorming. Veel kleine oogjes, verspreid langs de koprand en langs de rand van het lichaam. Op de buikzijde een bleke middenstreep, geflankeerd door twee smallere grijze of paarsachtige strepen

Gelijkende groepen

Landplatwormen kunnen verward worden met regenwormen of naaktslakken. Dit zijn ook wormachtige bodemdieren die op dezelfde plekken voorkomen als landplatwormen. Regenwormen zijn echter duidelijk gesegmenteerd, terwijl naaktslakken voelsprieten hebben en een ‘zadel’ achter de nek.

Voorkomen

Komt oorspronkelijk uit Zuid Oost Azië. Deze soort is in 1912 al in de kas van de Hortus Botanicus in Amsterdam aangetroffen, en daarna met tussenpozen in andere kassen in Artis, Leiden en Utrecht. Hij heeft zich inmiddels over de hele wereld verspreid, ook door heel Europa. Platwormen verspreiden zich via de internationale potplantenhandel.

Biotopen

Overdag verstoppen landplatwormen zich onder planken, potten of stukken plastic op relatief koele, vochtige en donkere plaatsen. In de schemering jagen ze op kleine prooidieren, zoals regenwormen en slakken.