Overslaan en naar de inhoud gaan

Blauwe tuinplatworm Caenoplana coerulea

Foto: Roy Kleukers

Indeling

Geoplanidae [familie]
Caenoplana [genus] (3/0)
coerulea [soort]

Herkenning

Vrij groot (6-12 cm), donkerblauw tot glanzend zwart, met een crèmekleurige lengtestreep over het midden. Spitse kop en aan de onderkant licht- tot kobaltblauw. Veel kleine ogen in een enkele rij rond de kop, en daarna geclusterd langs de zijrand van het lichaam.

Gelijkende groepen

Landplatwormen kunnen verward worden met regenwormen of naaktslakken. Dit zijn ook wormachtige bodemdieren die op dezelfde plekken voorkomen als landplatwormen. Regenwormen zijn echter duidelijk gesegmenteerd, terwijl naaktslakken voelsprieten hebben en een ‘zadel’ achter de nek.

Voorkomen

Komt oorspronkelijk uit Australië, en is in Nederland alleen in een kas in Nijmegen aangetroffen. Hij heeft zich wereldwijd verspreid, en is in het Verenigd Koninkrijk in kassen gevonden, maar is in Frankrijk en Spanje ook al in tuinen gesignaleerd. Platwormen verspreiden zich via de internationale potplantenhandel.

Biotopen

Overdag verstoppen landplatwormen zich onder planken, potten of stukken plastic op relatief koele, vochtige en donkere plaatsen. In de schemering jagen ze op kleine prooidieren, zoals regenwormen en slakken.