Overslaan en naar de inhoud gaan

Trichoferus campestris

Indeling

Cerambycinae [subfamilie]
Trichoferus [genus] (3/0)
campestris [soort]

Voor de ontwikkeling van de eitjes en de vroege larvestadia is het noodzakelijk dat op het hout nog schors aanwezig is (Iwata & Yamada 1990). Getuige vondsten van uit pallets en andere ontschorste houten producten komende imago’s kunnen de latere larvenstadia zich ook verder ontwikkelen in ontschorst hout. Trichoferus campestris is schemer- en nachtactief. Paring en eileg vinden voornamelijk ’s avonds plaats (Xinming & Miao 1999). Het vrouwtje legt gedurende haar leven gemiddeld 50-100 eitjes op de schors van verzwakte, zieke, dode of gekapte bomen (Dockray & Nadel 2017, Xinming & Miao 1999).

De eitjes komen volgens Xinming & Miao (1999) na circa 10 dagen uit. Dockray & Nadel (2017) melden een kortere ontwikkelingstijd. Na uitkomst vreten de larven zich een weg naar de vaatbundels. Over de ontwikkelingstijd van de larven bestaat nog geen overeenstemming. Volgens diverse auteurs bedraagt deze minimaal twee jaar (Cherepanov 1988, Danilevsky & Miroshnikov 1985, Hegyessy & Kutasi 2010, Švácha & Danilevsky 1988). Xinming & Miao (1999) melden voor een laboratoriumkweek in Henan, China een eenjarige cyclus. In een Amerikaanse kweek op kunstmatige voeding werden ontwikkelingstijden voor ei, larve, obligate koudeperiode en pop van respectievelijk 3-8 dagen, 9-14 maanden, drie maanden en twee weken vastgesteld (Dockray & Nadel 2017). Laatstgenoemde auteurs stellen ook dat de larven een koudeperiode nodig hebben om te kunnen verpoppen. Xinming & Miao (1999) rapporteren daarentegen dat de hele cyclus bij temperaturen van 25-32 oC verloopt. De verpopping vindt plaats aan het eind van de winter of het begin van de lente en in het hout. De imago’s vreten zich uiteindelijk vanaf het begin van de zomer een weg naar buiten (Dockray & Nadel 2017, Smith 2009). Uit Europa en Noord-Amerika zijn vondsten van imago’s uit natuurlijk habitat bekend van juni tot en met augustus (CAPS 2019, Dasc─âlu et al. 2013, Hegyessy & Kutasi 2010, Kruszelnicki 2010, Majzlan 2014). Deze vliegtijd komt overeen met die in het oorspronkelijk bewoonde gebied (Cherepanov 1988).